Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar roeping toe te hebben. De gave der onthouding is zeldzaam, en vaak voor een tijd; en het huwelijk is allen geoorloofd. Gen. 2 : 18; Hebr. 13 : 4; Joh. 2 : 2 vv. Men durft het huwelijk zelfs een zwakheid noemen. Dat het coelibaat echter alles behalve een engelenleven is, is genoeg bekend. En dit is een rechtvaardig oordeel voor hunne roekeloosheid en verachting van Gods gaven. Wij mogen ook niet tekort doen aan de vrijheid, die God ons gegeven heeft. Wij zijn tot heeren over alle dingen gesteld, en mogen die tot ons nut gebruiken. Men kan zich dus met velerlei dingen kwellen, waarvan God wil dat wij vrij zouden zijn.

3e. Met hoedanig gemoed doen wij ze ? — God ziet het hart aan. Bijvoorbeeld : de gelofte om zich van wijn te onthouden, alsof daarin eenige heiligheid stak, is bijgeloovig, — doch als 't met een goed doel geschiedt, kan het goed zijn.

Men kan hierbij vierderlei doeleinden hebben, a. Om Gode dank le zeggen voor (te) ontvangen weldaden. Gen. 28 : 20 (Jacob); Ps. 22 : 26; 56 : 13; 116 : 14, 18. Zulke geloften zijn niet af te keuren, maar aan te bevelen in nood, in krankte, enz. b. Om Gods toorn af te bidden. Dan is het een oefening van boetvaardigheid, c. Om voorzichtiger te worden, bijv. door ons te onthoudeu van het gebruik van iets dat ons lichtelijk tot zonde wordt. d. Om ons tot naarstige plichtsbetrachting te prikkelen. — Het is een soort kindertucht, die soms door de zwakken niet zonder nut gebruikt wordt.

Er is een gemeene gelofte voor alle geloovigen die in den Doop afgelegd is, en door de onderwijzing in de waarheid en het gebruik des Avondmaals bevestigd wordt. Wel komt niemand in dit leven tot de volkomene vervulling dezer gelofte, maar God belooft ook in zijn verbond den Geest der heiligmaking en de vergeving der zonden. Als wij deze gelofte doen, smeeken wij tevens om die genade.

De bijzondere geloften moeten beoordeeld worden naar bovengenoemde regelen (1*, 2e, 3e). Aangaande getal en tijd van goede geloften durft Calvijn niets zeggen, maar geeft den raad, zelden een gelofte te doen, en slechts voor een bepaalden tijd.

Wat nu al een bijgeloovigheid hieromtrent in voorgaande eeuwen! Alsof het godsdienstig ware: zich te onthouden van wijn — te vasten — zich van vleesch te onthouden — bede-

Sluiten