Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gescheurd en vaneen gereten worde. Zij hebben geen vertrouwen op Christus, en belijden dat toch in het Sacrament, gelijk zij ook liefde betuigen en gemeenschap aan Christus en de zijnen. — Daarom is het noodig ,/zichzelven te beproeven". D. w. z. ieder moet onderzoeken : of hij met een weinig betrouwen zijns harten berust in de zaligheid, door Christus verworven ; of hij die zaligheid met de belijdenis zijns mond erkent; of hij streeft naar heiligheid en bereid is zich aan de broederen te geven in waarachtige liefde. Dit alles niet in volkomenheid, maar in waarheid.

Ook in dit stuk kwellen de Pausgezinden de gewetens der menschen. „Diegenen, zeggen zij, zijn waardig, die in den staat der genade zijn, d. w. z. rein, gezuiverd van alle zonde." Maar-wie ter wereld kan dan toegaan? //Die hunne onwaardigheid, zeggen zij, door berouw, belijdenis en voldoening verzoenen, na zich zooveel mogelijk beproefd te hebben." Welk een schrale troost voor de verslagene consciënties ! ,/Zooveel mogelijk" — is dat genoeg bij God ? En wie zal dat //zooveel mogelijk" bereiken, wie zal zich durven verzekeren dat gedaan te hebben ? Zoodanige leeringen zijn uit den duivel, die de zielen den troost der genade onthouden wil. Het Avondmaal is niet ingesteld voor volmaakten, maar voor zwakken en kranken, om geloof en liefde uit te lokken, aan te zetten, te versterken, te oefenen, en om het gebrek van beiden te verbeteren. Het is den zieken een geneesmiddel, den zondaren eene vertroosting, den armen eene milde gave. Onze beste waardigheid voor God is dat wij onze onwaardigheid bekennen.

Wat de uiterlijke ceremonie betreft, het komt er niet op aan of de geloovigen het brood in de hand nemen of niet, — of de dienaar het ieder toereikt, of zij aan elkander, — gezuurd of ongezuurd brood, — 100de of witte wijn .... Eerst Alexander, bisschop van Rome, verkoos ongezuurd brood .... Calvijn wil den grooten hoop van ceremonies (beuzelarijen) afschaffen, en op een eenvoudige wijze Avondmaal vieren; zeer dikwijls, minstens iedere week eenmaal. Het korte voorschrift, dat hij daarvan geeft, komt vrijwel overeen met onze tegenwoordige wijze van bediening.

Uit den aard en het doel van het Avondmaal volgt ook, dat men het niet slechts eenmaal in het jaar, maar dikwijls ge-

Sluiten