Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hielden, over het algemeen, wat meer kinine en minder cl^chonine dan die der tweede serie, en dat in weerwil van gelijkheid in oorsprong, leeftyd, groeiplaats.

„Het aanhoudend uitsnijden deed den boomen geen kwaad ze leefden even goed en sterk voort als hun naburen, die niet van bast beroofd waren".

Het schtynt (aldus Moens) uit deze proeven te blijken, d5.t' in. het algemeen, de bast in den regentijd het njkst is aan alkaloïden en dat het maximum wordt bereikt tegen het einde van dien t\jd. De verschillen zyn echter niet zeer groot.

„Een andere reeks van proeven, ook op Succirubra's genomen, bevestigde de bewering (in Br.-Indie) dat nieuw gevormde (geregenereerde) basten ryker zijn aan kinine dan de oorspronkelijke bast. In den pas sinds een jaar herstelden bast, bereikte het kinine-gehalte het voor Succirubra ongewone cyier \an 3 pCt. (Sinds jaren worden Succir.-basten aangeboden met zulk en hooger gehalte). Als die herstelde (nieuwe) basten ouder en dikker worden, schijnen ze in kinine echter weer achteruit te gaan. Tegelijk met de toename van kinine neemt de hoeveelheid cinchonidine en cinchonine af, de hoeveelheid amorph-alkaloïd daarentegen toe".

„In strijd met voorgaande uitkomsten bleek het onderzoek van nieuwen bast van een C. Off.:; hield deze 4.72, de oorspronkelijke bast wees op 6,74 % zw. kinine".

Opmerkelijk mocht almede heeten dat „terwijl het kininegehalte van wortelbas ten in den regel niet hooger, dikwijls lager is dan dat van de stambasten, in een C. Pahudiana nu waargenomen moest worden, dat voor den stambast slechts 0,32 en voor den wortelbast 2,47 pCt. zw. kinine kon worden aangeteekend". 1 o2ou e^' Hasskarliana's, hooge maar slanke boomen, in 1862 boven Tjinjiroean in het bosch geplaatst (als C-Calisaja te boek staande, werden ze in 1864 waard geacht onder gunstiger voorwaarden te worden gebracht door voorzichtig dunnen van het omgevend woud) toonde in alkaloïd-gehalte geen verschil met op geheel open terrein staande boomen. De bast heette fraai, doch dun, zooals steeds het geval is als Cinchona s onder de schaduw van hooge woudboomen staan".

1876. Dit jaar was, wat de scheikundige werkzaamheid aangaat, niet zeer vruchtbaar. Moens, die sinds zijn optreden als directeur der gouvernements-onderneming voor alles alleen stond, was, maanden achtereen, wegens ongesteldheid buiten staat zich naar de plantsoenen te begeven, of geregeld in zyn

Sluiten