Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

187». „Was uit vroegere onderzoekingen reeds gebleken dat bast, in pijpen gesneden, door het drogen in de zon niet ltfdt, de vraag bleef, of ook de in schilfers (geschraapt©) bast het drogen in de zon zonder schade voor het alkaloïd, met name het kinine-gehalte verdraagt Een reeks van proeven gaf over 't algemeen zoo onbeduidende verschillen, dat men voor het drogen in de zon, zelfs van deze in schilfers gesneden basten, met bevreesd behoeft te zjjn. Deze uitkomst mocht zeker van belang geacht worden, daar men 't meermalen had over mogelijken invloed van het directe zonlicht op de actie in den levenden boom, zij dit zeker wel iets anders dan die op geoogsten bast".

„Een-en-twintig analyses werden verricht van zoovele bastgedeelten van eenen twaalfjarigen Ledger, teneinde de plaats en aard der alkaloïden over heel het lichaam van dien boom takken en wortels inbegrepen, te leeren kennen. Dat onderzoek, aldus Moens, leerde, dat bij dezen boom de bast over een groot gedeelte des stams zeer rijk aan kinine is en dat eerst die van het boveneinde des booms (61/» en 7 meter

'-7,6*6?,,1-720'» kMne' "=8™ bv7,bd, 8,17, 9,04, 9,30, resp. 1,5, 10 en 15 d.M. b. d. gr.) en

van de dunnere takken van geringer gehalte wordt " (0.64 van de dunne tegen 4.63 van middensoort en 7.40 van dikke takken).

„Onverklaarbaar werd de afwisseling genoemd; bast op 5 meter hoogte b.v. even rijk aan kinine 9.24 als op l1/. meter, 9.30, terwijl het daartusschen gelegen gedeelte er minder van bevatte.

Met de reeds verkregen ondervinding in overeenstemming was het, dat de wortelbast veel meer Cinchonine bevatte dan de stambast, en opmerkelyk, dat slechts in dien wortelbast kinidine voorkwam, die in den stambast geheel ontbrak. (0,11 en 0,27 kinidine resp. in de dikste en de dunne wortels".

„By het onderzoek der Ledger-zaailingen werden verschillende gewichtige uitkomsten verkregen. Ie. bleek het, dat de jonge boomen in 't algemeen de samenstelling der moederboomen volgden, zoodat b.v. als deze kinidine hield, ook de zaailing deze bevatte. 2e. zag men, dat het mogelijk was om op het oog de slechtste, meest verbasterde vormen uit te zoeken, daar, wanneer dit geschiedde, de analyse een kininegehalte aanwees, dat gelijken tred hield met de op het uiterlijk voorkomen gebaseerde waarde-bepaling. Nam men van de zaailingen eenszelfden stambooms vier typen, waarvan 1 de beste 4 de slechtste werd geacht, dan bevestigde de analyse dit

Sluiten