Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kweek van deze Cinchona nog ontraden, omdat de cinchonidine, welke in haar overheerschend voorkomt, destijds niet alleen zoo goed als geen waarde had, doch toenmaals slechts strekken kon tot bemoeielyking der extraheering der kinabasten, sedert schijnt dit alkaloïd in de therapie een belangrijke rol te zijn gaan spelen en wordt er tegenwoordig door de Bandoengsche kinine-fabriek voor betaald, mits het tot een zekere hoeveelheid in den bast voorkomt en wel 4 cents per unit cinchonidine, indien de bast dit alkalold inhoudt tot een hoeveelheid van éen derde of meer van de som der gehalten aan kinine purum en cinchonidine purum".

„Met het oog hierop werd dan ook by Gouvernementsbesluit van 9 Nov. 1901 No. 32 bepaald, om het établissement Kawah-Tjiwidei uit te breiden met 150 bouws ter beplanting met C. R. en aan iederen deelnemer van het kina-proefstation „Instituut de Vrij" kosteloos vyf gram zaad dezer Cinchona te verstrekken, ten einde, bij wyze van proef, op de op verschillende hoogten gelegen particuliere kina-ondernemingen uitgezaaid te worden", — dus niet alleen om de verspreiding dezer kinasoort in de hand te werken, maar om tevens vertrouwbare gegevens te verkrijgen omtrent de hoogte waarop dit type het best gedijt".

In De Ind. Mercuur van 21 Januari 1902 deelden we, op daartoe ingekomen vragen, mede, wat er omtrent de C. Robusta bekend was en in het nummer van 15 April d. a. v. openbaarden we onze opinie omtrent het hiervoren omschreven gouvernements-besluit, dat wy „Een bedenkelijk besluit" noemden.

Op deze bijdragen doelende, beroept Van Leersum zich nu op zyn goed recht en wy passeeren de betrekkelijke passages omdat we het nu hebben over de scheikundige onderzoekingen en de Robusta-kwestie haar beslissend woord nog te spreken zal hebben. Opmerkelijk blyft evenwel dat, terwijl men zekere categorie van particuliere kinaplanters zaden verstrekte, met aangewezen doel, men de vraag waarom het ging niettemin als beslist oordeelde. Anders, immers, zou men niet tot dadelyke ontginning, op het hoogst gelegen établissement, van 150 bouws zyn overgegaan, ter beplanting met de C. R. "Voor een oogenblik had het er inderdaad wel iets van als moest de kinacultuur voortaan grootendeels in een Robustacultuur worden omgezet, heetende het toch in het rapport over het 3e kwartaal 1901 dat „mochten later onverhoopt de zwavelzure kinine-prtyzen weer gaan dalen dan zal

Sluiten