Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de C. Robusta de reddingsboei blijken te zijn welke de onderneming drijvende zal houden''.

Bleef die meening in het jaarverslag 1901 achterwege, — ze mocht toch velen den indruk geven dat de toekomst der kinacultuur nu in die C. R. gezocht moest worden, zooals een kwart-eeuw ongeveer te voren, de gouvernements-onderneming dreigde te worden bewerkt tot een Succirubra-cultuur.

Niet te weerspreken blijft intusschen, dat de C. R. uitmunt zoowel door willigen groei als door een hoog alkaloïd-gehalte w. o. bizonder veel, zij het sterk afwisselend, cinchonidine en kinine.

1902. „Veertig analyses hadden de in 1898 begonnen onderzoekingen naar den invloed der weersgesteldheid op het alkaloïd-gehalte — van zoo groot belang ook om de vraag, welke tijd, met oog op het gehalte, als de voordeeligste moet geacht worden, voort te zetten. 1902 was nu een buitengewoon droog jaar, maar de uitkomsten der analyses bevestigden, dat, gelukkig, de weersgesteldheid geen merkbaren invloed op het gehalte heeft, het oogsten dus niet behoeft te binden".

„229 analyses hebben betrekking op het vraagstuk: waar de juiste plaats der alkaloïd-vorming moet gezocht worden en evenals hieromtrent in verslag 1899 reeds werd aangeteekend, bleek ook nu weder, na totale ontbladering van den boom 2, 4, 6, 9, 12, 14 en 18 maanden na het ontbladeren — dat na een twaalftal maanden het alkaloïd-gehalte een aanmerkelijke toename aantoonde, terwijl, werd de boom aan zichzelven overgelaten om weer in blad te schieten, na even groot tijdsverloop het alkaloïd-gehalte bijna van vóór de proefneming daalde".

„Zoo, om bjj een paar voorbeelden te blijven — 45 — 52 — bevatte het controle-monster vóór de ontbladering 8,32 pCt. kinine; de bast van denzelfden boom, na 12 maanden ontbladerd te zijn geweest, 9,22 pCt.; zes maanden na de nieuwe bladvorming 9 pCt. en 14 maanden hierna 8,50 pCt., dus ongeveer evenveel als het contröle-monster".

„Een tweede voorbeeld. Het contröle-monster vóór het wegnemen der bladeren hield 8,08 pCt. in; twaalf maanden na de ontbladering 8,90 pCt.; zes maanden na de nieuwe bladvorming 8,82 en 14 maanden hierna 8,19".

Feiten vallen niet te ontkennen, maar als men uit honderden analytische uitkomsten enkele zoekt ten bewijze van wat men bewijzen wil, dan mag men toch vragen of, gelet alweer op de verrassende uitkomsten, in alle gevallen, van scheikundige analyses van kinabasten er wel niet eens aan

Sluiten