Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neerkomt. Een groote moeilijkheid bij dit onderzoek veroorzaken de andere plantensubstanties als: chlorophyl, plantenvet, harsen enz. enz. welke met het alkaloïd in de verschillende soluties overgaan en een groot bezwaar opleveren voor het verkrijgen van een rein alkaloïd, waarop gereageerd kan worden."

„Voor zoover de onderzoekingen tot heden gevorderd zijn, kan als vaststaand worden aangenomen, dat, in strjjd met de beweringen van Moens (zie Kinacultuur in Azië, pag. 301) en Dr. Lotsy (Mededeelingen van de Laboratoria der Gouvernements-kinaonderneming, pag. 97) en er wel degelijk alkaloïd in het zaad voorkomt, en wel niet alleen het z.g. amorph, doch ook cinchonine."

„Verder kon geen spoor kinine, doch wel z.g. amorph-alk. worden aangetoond in de 1. meeldraden van rjjpe, reeds geopende bloemen; 2. nog niet geopende; 3. stampers van rijpe geopende en niet geopende bloemen; 4. bloemkroon van rijpe geopende en niet geopende bloemen; 5. vruchtbeginsels van rijpe geopende en niet geopende bloemen, met inbegrip van kelkslippen; 6. kleine onrijpe bloemen in hun geheel (bloemkroon, meeldraden enz.); 7. kleine aangezette vruchtbeginsels met inbegrip der kelkslippen, maar waaraan geen bloemkroon, stamper en meeldraden waren; 8. schutblaadjes; (blijkens rapport 1® kw. 0.6, werd in deze schutblaadjes ook chinchonine gevonden); 9. opengesprongen vruchten zonder zaad; 10. in strijd met de bewering van de Yeij en Behrens (zie Dr. Lotsy : „Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin" XXXYI, blz. 18) werd cinchonine aangetroffen in: jonge bladen (poetjoek) in oude id.; 11. in zaad, dat 10 dagen ter kieming had gelegen, z.g. amorph alk. en cinchonine; dat had dus, wat alkaloïd betreft, geen verandering ondergaan; 12. zaad dat 20 dagen ter kieming had gelegen, had evenmin, wat de alkaloïden aangaat, verandering ondergaan, dus kon alleen amorph en cinchonine aangetoond worden; 13. van zaad, dat 28 dagen ter kieming had gelegen en dus op deze hoogte boven zee (± 1566 M.) juist begon te ontkiemen (zeker op z.g. zaadbeddingen; in de gesloten kweekhuizen had, op potten, de ontkieming binnen 12 a 14 dagen plaats ter zelfde hoogte) werden 1000 stuks plantjes, wegende 200 milligram, op boven omschreven wijze onderzocht en kon duidelijk Cinchonine en Cinchonidine worden aangetoond, doch van laatsgenoemd alkaloïd minder dan van het eerste; het wordt dus klaarblijkelijk bij de ontkieming gevormd; (zie rapport le kw. '06); 14. van plantjes, 2 maanden oud, werden onderzocht: a. de lobblaadjes, (3 gram) eerste blaadjes; aangetoond werd cinchonine, b. de stengeltjes (1 gram); geen spoor kinine of

Sluiten