Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— »Neen, dokter. Ik zit altyd achteruit, uit vrees voor tocht en stof.«

— »Dat kan je zeer wel doen op een reisje van een halfuur, maar nerveuse temperamenten moeten op lange reizen vooruit, niet achteruit met den wagen zich bewegen. Het achteruitgaan geeft een spanning, een onwillekeurige tegenwerking waar hersenkas en ruggegraat zich vereenigen.

»Rijd voortaan altyd vooruit!«

»Dit deed ik«, zeide Cook, »en ik had nooit weer zenuwhoofdpijn !«

Als ik in een Indischen spoorwegwagen vooruit kon rijden had ik het aangenaam genoeg, want ze zijn zoo goed gebouwd die wagens, waarin men zoo weinig last heeft van warmte en stof.

Op de stations kan men steeds vruchten verkrijgen, en altijd was de uitkijk zoo bijzonder belangwekkend.

De reis naar Maos, waartegen men mij zoo gewaarschuwd had, vond ik zeer aangenaam, en het verblyf te Maos in het zoo

vaak misprezen hotel gaf niet de minste reden van klagen

integendeel!

Doch weldra zullen de klagers niet meer te Maos te overnachten hebben. Er komen nachttreinen en slaapwagens, en zonder nachtelijk oponthoud zal men van Batavia naar Soerabaja kunnen doorstoomen. 't Is natuurlyk verkieselijk. Maar ik heb een aangename herinnering van Maos. Ik zat in den fluweelen nacht buiten 't hotel en ik hoorde van verre het rommelend gedonder van de groote zee van het Zuiden. Het was zoo zeldzaam indrukwekkend in den stillen nacht.

Als men na een lange reis uit den trein stapt en in wagen, draagstoel of te paard op de ouderwetsche wijze verder gaat, dan wordt het reizen nog belangwekkender. Men verlaat 's avonds om zes uur het bevriende huis of den passangrahan.

6

Sluiten