Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon overreden een weinig minder agnostisch te zijn omtrent God en wat meer agnostisch omtrent den mensch.

Te veel wordt de mensch door enkele geleerden en wijsgeeren behandeld, als ware hij slechts een werktuig, dat een knap machinist in en uit elkander kan nemen, als iets zeer gewoons, waarvan men alles weet.

Nu is van alle mirakelen op aarde de mensch het grootste mirakel, het meest bewonderenswaardige wonder.

Nooit moede ben ik, mij te verwonderen over de machtige schepping van zoo iets tegenstrijdigs en onmogelijks als de mensch, als dat fragile wezen, dat als een porseleinen beeldje breekt, wanneer het valt, en dat toch onbezorgd leeft en lief heeft, schept en denkt, en dat met het oneindige zich in verbinding stelt, poëzie en muziek omhoog doet stijgen, het waagt huiverend van eerbied God te aanbidden.

Niets strijdt zoo volstrekt tegen het gezond verstand als het bestaan van den mensch, als zijn leven en streven op aarde, als zijn altruïsme, zijn zelfopoffering, zijn ridderlijke hoogheid van wil.

Wie den mensch bestudeert en niet mystiek wordt, mist enkele vermogens der ziel, dunkt my, en moet nog een lange leerschool doorloopen, door om te gaan en na te denken als de nachtzijde van de natuur triompheert en hy dus geestelijk inzicht verkrijgt en gehoorzaam leert worden aan het Hemelsche Visioen.

O, we zijn omcirkeld en doordrongen van geheimzinnige, ondoorgrondelijke, onverwachte krachten, die buiten den gezichteinder onzer wereld zoowel als in ons midden hun invloed ons doen gevoelen.

De warme wind, die van de Java-zee tot ons rees, bracht geuren van den Oceaan en daarmede oude herinneringen tot ons — en juist deze deden te meer ons bewust worden van al het geheimzinnig nieuwe en vreemde in natuur en leven,

Sluiten