Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewaad. De woorden deden in hen de muziek, den toon, het besef der waarheid wakker worden. Zij hoorden en verstonden, omdat zij in harmonie waren met het gehoorde en de waarheid vasthielden.

Het leven en de waarheid van deze dingen, die het volk gelooft, en vele van welke men afgebeeld ziet op de bas-reliefs van den heuveltempel, liggen niet in de woorden, maar in de beteekenis, welke de geloovige er in voelt. Zij is het, die de doode vormen levend maakt met leven uit zichzelve. De melodie ligt niet in de noten op het papier, noch in het instrument, noch in de vingers van den speler, maar in zijn hart.

De vreemdeling, verpleegd in het klooster, voelde de tegenwoordigheid van den grooten polsslag van het leven, dat alle dingen vervulde, en dat antwoord gaf op het leven in hem zelf. De natuur werd hem zeer naby.

Is deze wereld kwaad ? Neen, duizendmaal neen; gezien met het oog der waarheid, is zij een wonder van pracht. Ontstond zij door toeval, door blinde krachten, werkend op doode stof? Hoe ontstonden de schoonheid en de orde en het geluk? De dieren hebben bewustzijn en een besef van goed en kwaad, en de menschen hebben een hooger bewustzijn. Is bewustzijn een voortbrengsel van onbewuste krachten, werkende in onbewuste stof?

Het leven dat, in ons werkende, ons opbouwde, het leven dat onze hoogere vormen voortbrengt, ten einde zichzelf daarin voller te openbaren, dat leven is goddelijk, zegt Fielding. Het Oosten heeft dit altyd gezien, en het Westen somtijds een

flikkering er van De wereld rondom ons, het gras, de

boomen, de vogels en dieren en menschen zjjn, zooals een Westerling zeide, »het levende kleed van God«. Het verandert en nadert steeds meer tot volmaaktheid.

De Oostersche God is oneindig, en het is soms meer waar de oneindigheid voor te stellen door zéér velen dan door één.

Sluiten