Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat ik hiervan volkomen overtuigd was, bewees ik door dagelijks alleen hier uit wandelen te gaan, soms door een enkelen vriend vergezeld, en om te gaan te midden der duizenden en duizenden op de jaarmarkt, waar niet één enkele soldaat te zien was, en ik slechts één politiedienaar zag!

Doch ten slotte nog één opmerking, die een herhaling is van wat ik reeds opmerkte.

Ik schryf niet om den ernst van het gebeurde te verkleinen, doch alleen om te bewijzen, dat wij met geen volksopstand te

doen hadden dat al de geëerde schriftgeleerden, leiders

van het volk, de gisting door enkele halfslagpriesters gewekt veroordeelden.

Maar wat geschiedde was een kleine aardbeving gelijk. Wij keken in een spleet van den vulkanischen bodem van Sumatra. Wij leerden er uit, wat altijd mogelijk is, doch wat, geloof ik, belet kan worden door blijvend goed bestuur als tegenwoordig, door onderwijs, door toeneming van beschaving en kennis. Want deze zijn de vijanden van godsdienstige dweepzucht. Er komt beweging in de gemoederen van hen die denken.

»Inlandsche markten en feesten geven toch maar altijd een voorbeeld van beschaafd zelfbedwang«, zeide ik, toen ik de weekmarkt bezocht had.

— »Ja, maar oude volksgebruiken, de adat-instellingen worden tegenwoordig verdrongen«, kreeg ik ten antwoord.

»Een inlander van de Bovenlanden zeide onlangs tot mij: «Adat digiling kréta api«. (De adat wordt door den trein overreden).

Dit antwoord aan mijn vriend gegeven, verdient aandacht! Want ik vermoed, dat met beleefdheid ook dweepzucht aan het verminderen is, en hoezeer hoop ik, dat de kréta api, dat de locomotief ook weldra Mekka bereiken moge.

Sluiten