Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze afdeeling van Oud-Agam bevat het terrein rondom Fort de Koek en de noordelijke en westelijke hellingen van den Singaberg en de westzyde van den Merapi tot het Randgebergte toe.

Ze ligt 2800 voet boven zee. De grond is vulkanisch. Slechts hier en daar heften oudere gesteenten zich als heuvels op en gelijk de meeste vulkanische grond is deze nog zeer vruchtbaar, zoodat 110,000 inlanders wonen op 9 Q geogr. mylen.

Het huis van den Panghoeloe, by wien wy op bezoek waren, lag een uur of drie verder het binnenland in dan Fort de Koek en het uitzicht van de bank voor het huis op het Randgebergte, de vulkanen ver af, de groote oogstvelden en wouden was een lange reis waard. Zulk een verrukkelijk land, grootsch en liefelijk tevens!

Een paar keer ben ik de natuurbosschen ingeweest, maar deze zyn zeer droefgeestig en somber.

Een oerwoud moet men van den top van een hoogen heuvel zien! Ik herinnerde my dit weleer gelezen te hebben in het zoo belangwekkend boek: Dwars door Sumatra, dat geschreven is door de leden van de expeditie, die onder IJzerman's leiding den zwaren tocht volbrachten. Het waren de heeren Bakhuis, Koorders en Van Bemmelen.

Van een heuveltop, schreef een dezer heeren, ziet men de kronen der boomen, die dan bouquetten schynen zoo vol als zy zijn van bloesems, van bloemen, van gele scharlaken bloemtrossen en witte bloempluimen, die in het middagzonlicht gloeien. Dit is juist wat ik van omhoog zag. Maar gaande door het eentonig en somber woud, ziet men geen stukje hemel zelfs en moet men in de eeuwige schemering altijd omlaag kijken, om niet over wortels te struikelen of in lianen zich te verwarren.

Sluiten