Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet weet, poogde eerlijk en nederig te leeren van hen, die weten, maar niet schrijven.

Hoe weinig eng, hoe broad-minded werden en bleven velen van die regeerders, landbouwers, krijgslieden en handelaars in Indië!

Velen hunner, handelaars, administrateurs van fabrieken, van ondernemingen, hoofden van groote huizen, ambtenaren, militairen, waren zoo als ik my hen had voorgesteld.

Want myn leven lang hoorde ik van knappe mannen in Indië... telkens hoorde ik vijftig jaar geleden in het vaderlijk tehuis van al die mannen van actie, die handelaars vol durf en kennis in Batavia spreken. Welke beweegkrachten waren Willem Poolman, Alting Mees, A. J. W. van Delden, P. en J. Tiedeman, G. A. de Lange, de oude mr. H. Klein, Frans von Hemert, N. P. van den Berg! Die mannen van vóór 1870 waren merkwaardige figuren, buitengewoon bekwaam, karakter toonend door doorzettingskracht en wil, en daarbij humaan en altijd op hun post.

Zóó hoorde ik hen beschrijven, en nooit vergat ik hun namen en voorbeeld.

En wat heb ik sinds mijn jeugd in Nederland veel mannen, uit Indië teruggekomen, gekend, die beweegkrachten werden in het vaderland, waarheen ze wijsgeerig inzicht, menschenkennis, een glimlachende verdraagzaamheid hadden medegebracht uit het land, dat zoo ruimen gezichtskring aanbiedt, waar zoo veel gelezen en overwogen en zoo veel gedaan wordt! Welke werkers zijn ze, die mannen op de Indische kantoren, bij de landelijke ondernemingen, die bestuurders van gewesten, groot als rijken, die ingenieurs en militairen!

Welnu, deze mannen vormen de kern van ons gezag, van onze macht.... hun moet men opvolgers geven en versterken door telkens weer van onze beste en knapste jongens naar Indië te zenden.

Sluiten