Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderteekend was door de H.H. Goeman Borgesius, Van Delden, De Bruyn Kops en W. van Dedem. De rapporteur der derde af deeling, de heer Van der Linden, die verhinderd was bij de definitieve vaststelling tegenwoordig te zijn, had verzocht zijn naam niet onder het Verslag te plaatsen.

Hierop antwoordde de regeering met nadere Nota's van wijziging.

Over het ontwerp tot wijziging van Hoofdst. V was nog geen Eindverslag uitgebracht. Dit kwam eindelijk op 14 Februari.

Intusschen was bij brief van 27 November 1886 door den heer Schaepman een voorstel ingediend tot wijziging van Hoofdst. X, waartoe, zooals gezegd werd, de regeering geen hernieuwde poging had gedaan. Dit ontwerp werd in de afdeelingen onderzocht en op 12 Januari 1887 werd een Voorl. Verslag uitgebracht door de Comm. van Rapporteurs bestaande uit de H.H. Van der Kaay, Van Weideren Rengers, De Ranitz, Godin de Beaufort en Mees. Hierop volgde bij brief van 5 Februari het Antwoord des voorstellers met een gewijzigd ontwerp van wet 2). Het Eindverslag verscheen den 14 Februari. Zoo waren

1) Het voorstel van den heer Schaepman luidde oorspronkelijk :

„Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der Regering.

„Het geven van onderwijs is vrij.

„Het toezigt van de overheid op het onderwijs in liet algemeen, de inrigting van het openbaar onderwijs en, voor zoover het lager en middelbaar onderwijs betreft, de aan den onderwijzer te stellen eischen van bekwaamheid en zedelijkheid, worden door de wet geregeld.

„Het lager onderwijs wordt op zoodanige wijze ingerigt, dat ouders, voogden en verzorgers de gelegenheid niet ontbreke, om de kinderen die onder hunne inagt zijn of aan hunne zorg zijn toevertrouwd, in het genot te stellen van voldoend lager onderwijs, waarbij hunne godsdienstige overtuigingen niet worden gekrenkt.

„ De kosten van het lager onderwijs verstrekt aan kinderen van bedeelden, of van hen, die, ofschoon niet bedeeld, onvermogend zijn schoolgeld te betalen, worden, naar een bij de wet vast te stellen maatstaf, aan iedere school door zoodanige kinderen bezocht, uit de openbare kassen vergoed.

„De Koning doet van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen jaarlijks een uitvoerig verslag aan de Staten-Generaal geven."

2) De wijziging bestond hierin dat de eerste alinea wegviel en in den aanhef der vierde alinea in de plaats van „lager onderwijs" gesteld werd „openbaar lager onderwijs". Vgl. voorts den neventekst in Hoofdst. X.

3

Sluiten