Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koning werd genoemd. Immers, op deze manier is Jehoram tot koning van Juda aangewezen door zijn vader Josafat, zeven jaren vóór zijns vaders dood (2 Kon. 1 : 17 en 8 : 16). Op dezelfde wijze is Jotham koning van Juda geworden, voordat zijn vader Uzzia aan de melaatschheid stierf, ofschoon Uzzia in sommige opzichten nog steeds koning genoemd werd.

Zoodoende is het best mogelijk, dat Nebukadnezar met een vrije manier van spreken de vader van Beltsazar genoemd wordt, ofschoon hij eigenlijk zijn grootvader, of misschien ook alleen zijn voorganger op den troon is geweest. Het teekent, dat in de opschriften op de grafteekenen van Salmanezer II Jehu, die Omri's huis heeft uitgeroeid, de zoon van Omri wordt geheeten. Daaruit leeren we, of behooren we althans te leeren, dat naar Oostersche spreekwijze de uitdrukkingen, waarmee Beltsazars verhouding tot Nebukadnezar wordt aangegeven, volstrekt niet meer behoeven te beteekenen, dan dat hij zijn opvolger was.

Zoo dienen wij ook op te merken, dat er in Daniels profetie niets gezegd wordt van de plaats waar Beltsazar zijn feest hield. Waarschijnlijk was het in Babel, maar het kan ook best elders geweest zijn. Ook wordt er niets naders gezegd omtrent de wijze, waarop Babel is ingenomen. De twijfelachtige beweringen aangaande deze punten zijn geopperd door de Grieksche geschiedschrijvers. Voor het oogenblik moet de eenvoudige verzekering, dat Darius de Meder het koninkrijk ontvangen heeft, worden aangenomen op het verder niet bevestigde gezag van den gewijden geschiedschrijver. Dat het historisch niet waar is, is in geen enkel opzicht bewezen. En het kan ook niet bewezen worden, zoolang wij niet van elders veel meer te weten komen dan tot dusver aangaande het tijdvak waar het hier over gaat.

Men heeft hardnekkig gepoogd, in het boek Daniël een ernstige historische fout aan te wijzen, omdat er staat, dat na Beltsazars dood „Darius de Meder het koninkrijk ontving" (hfdst. 6 : 1).

Sluiten