Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat iemand met een blaasbalg zijn schoorsteenmantel zal afstoffen of zijn vuur aanblazen. De wetenschap heeft geen afdoend woord voor het vraagstuk, dat ons hier bezig houdt. Deze sterke oostenuind kan evengoed rechtstreeks en opzettelijk voor deze gelegenheid zijn verwekt, als dat wij met onzen adem onze koude vingers w arm blazen of onze heete spijs afkoelen. In beide gevallen wordt de werking der natuurkrachten gewijzigd en dienstbaar gemaakt aan de vervulling van bepaalde plannen, die de natuur alleen niet zou hebben verwezenlijkt.

Eindelijk nog een enkel woord over DE VERKI.ARING VAN DE RHETORISCHE TAAL.

Immers kunnen wij van dit onderwerp geen afscheid nemen, zonder enkele tegenwerpingen aan te roeren, die gemakkelijk kunnen opgelost worden door acht te geven op de juiste beginselen van Schriftverklaring.

In Exod. 14 : 22 wordt gezegd, dat „de wateren hun een muur waren, aan hunne rechter- en aan hunne linkerhand". Deze uitdrukking nu baart geen moeilijkheid, als wij behoorlijk letten op het gewone rhetorische gebruik van het woord „muur". In Spreuken 18 : 11 lezen wij: „Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijne inbeelding". In Jesaja 26 : 1 heet het: „God stelt heil tot muren en voorschansen". Zoo ook in Nahum 3:8 wordt Egypte beschreven als „de volkrijke, gelegen in de rivieren, die rondom henen water heeft, welker voormuur de zee is, haar muur is van zee".

In al deze gevallen bemerkt men aanstonds, dat het doel van verdediging, waai toe een muur dient, de gedachte is, welke hier haar figuurlijke uitdrukking vindt. En nu komt het ons voor, dat dt^elfde gedachte de uitdrukking in Exodus beheerscht: de Israëlieten weiden beschermd aan den eenen kant door de diepe wateren van de Bittere Meren, en aan den anderen kant door de Golf van

Sluiten