Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkel geologisch tijdvak, als ware de geschiedenis van de veranderingen der aarde alleen door de eeuwigheid beperkt. In een van Darwins fameuse berekeningen wordt over 306,662,400 jaren gesproken als over „een nietig bagatel" van den geologischen tijd.x)

Het onderscheid tusschen deze beide theorieën is zeer goed uitgedrukt in het gezegde, dat „de catastrophisten kwistig zijn met de kracht en gierig op den tijd; terwijl de uniformitariërs gierig zijn op de kracht en kwistig met den tijd". Inderdaad, de woordvoerders van de uniformitariërs waren zoo gierig op de kracht, dat zij zeer juist betiteld zijn als „de homoeopaten van de dynamica".

De nauwkeuriger bestudeering van de feiten en de soberder stemming van het onderzoek, waardoor het begin der twintigste eeuw zich kenmerkt, doet de groote waarheid, welke tusschen deze beide uitersten in ligt, op den voorgrond komen. Daarbij blijkt, dat de processen die wij in de natuur waarnemen, onder geen van deze beide theorieën kunnen worden samengevat. Feitelijk bestaat er in de natuur niet zoo iets als eenvormigheid. Integendeel , de natuur is een doorloopende reeks van veranderingen, die lang niet alle met dezelfde snelheid plaats vinden. Soms gaan deze veranderingen gedurende een lang tijdperk zoo langzaam in haar werk, dat hare vorderingen bijkans onnoembaar klein schijnen, terwijl ze op andere tijden met sprongen voorwaarts gaan.

De ware theorie is die der evolutie. Er is continuïteit in de geologische ontwikkeling, maar geen uniformiteit: catastrophes zijn in de natuur allerminst onbekend.2)

Wij allen kennen dit beginsel. Men ziet het zoo vaak en zoo gewoon geïllustreerd in het dagelijksch leven, dat het vreemd mag

') Zie blz. 250 en 252 van de eerste uitgave zijner «Origin of Species", en vergelijk daarbij de derde en latere uitgaven.

2) Zie Huxley : »Lay Sermons and Addresses", hfdst. XI, blz. 242—246.

Sluiten