Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landwaarts in langzamerhand stijgt, te Mont Ubé tot honderd negen en veertig, en te Prince's Tower, dat twee en een halve mijl landwaarts in ligt, tot tweehonderd voet. Van de hellingen van Mont Ubé en St. Clements (160 voet) daalt een rubble-drift naar omlaag, die op de kust een kleine, lage klip vormt, terwijl op een afstand van ongeveer duizend voet van den oever, en bij laag water toegankelijk, het kleine, vlakke eilandje La Motte ligt. Het is maar enkele morgens in omvang, en bestaat uit een grondslag van dioriet (groene rotssteen), bedekt met de overblijfselen van een oud strand, waarover een zekere massa ligt, van rubble-drift.

De s ven iet- en diorietbrokken in de rubble zijn afkomstig van de heuvels op de nabijgelegen kust, aangezien de kleiaarde, welke deze heuvels overdekt, het voornaamste bestanddeel vormt van het rubblecement. In weerwil van het geringe verschil in hoogte en de zeer onbeduidende helling van den weg van de heuvels uit het binnenland naar La Motte, is een aanmerkelijke hoeveelheid rubble-drift zóó ver voortgestuwd, wat mijns inziens alleen kan teweeggebracht zijn door een krachtigen uitvloeienden stroom, die uit het vasteland naar zee liep, gedurende het omhoog rijzen van het land. De heuvels zijn zóó laag en ver weg, dat geen sneeuwlawine met mogelijkheid dit heeft kunnen veroorzaken.

De verschijnselen zijn echter gemakkelijk te verklaren, wanneer men aanneemt, dat, gelijk bij het „head" te Brighton en Sangatte, de drijfkracht bestaan heeft in een op alles neerstortende watermassa, die een uitweg zocht naar buiten. Gelijk bij Sangatte, heeft ook hier de krachtige drukking van het „head" op het strand geleid tot het in zich opnemen van brokken van het strand in het „head" zelf.

Nadat Prof. Prestwich voorts bewezen heeft, dat dit löss „een oorsprong moet hebben, onafhankelijk van die welke men er gewoonlijk voor aanwijst", en gelijk bewijs heeft bijgebracht voor een groot aantal andere gevallen, zoowel onder de eilanden in het Kanaal, als over wijd uitgestrekte stukken van het vasteland, stelt hij den waarschijnlijken gang van zaken bij de opeenhooping van het löss aldus vast:

Sluiten