Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI. De zondvloed in Noord-Amerika.

Langen tijd reeds is men er algemeen van overtuigd, dat de ijstijd in Noord-Amerika gevolgd is geworden door een uitgebreide verlaging van de landoppervlakte in het noorden, zoodat het water over een groote landstreek in het oostelijk deel van het ten noorden der Canada-grens gelegen vasteland stroomde. Omdat de meeste en belangrijkste feiten plaats hadden in de Champlain-vallei, heeft Prof. James D. Dana vroeger aan de periode dezer landverlaging den naam van het Champlain-tijdvak gegeven. In grooten getale vond men zeeschelpen op verschillende hoogten in de Champlainvallei, boven op de gewone gletscher-afzettingen. Vele jaren geleden vond men het geraamte van een walvisch in deChamplain-leemlagen van Vermont, op een hoogte van drie of vierhonderd voet boven de zee. De kustlijnen van dezen oceaan-arm zijn daarbij duidelijk na te gaan zoowel op de Adirondack als op de Groene Bergen, die aan weerszijden de vallei begrenzen. In de nabijheid van de Canada-grens en bij Montreal komen deze post-glaciale zeestranden met de daarbij behoorende zeeschelpen tot op zeshonderd voet hoogte voor; terwijl op eenzelfde hoogte, bij Arnprior, een heel eind ver de Ottawa-rivier op, het skelet van een walvisch is gevonden in post-glaciale leemafzettingen. Blijkbaar strekte zich dus, bij het smelten van de gletschers uit oostelijk Noord-Amerika, de Golf van St. Lawrence zóóver uit, dat er een onafgebroken watervlak

Sluiten