Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeilijk gaan, een korte uitdrukking voor dit verschijnsel te kiezen, ■die op gelukkiger wijze weergaf in aanschouwelijke taal dat tijdperkvan de schepping, waarin de nevelachtige stol gelocaliseerd werd, en afzonderlijk gesteld in rondwentelende stelsels, die thans het voorwerp van onderzoek voor den astronoom uitmaken. Doch zoowel volgens den schrijver van Genesis, als volgens de uitspraken der wetenschap, ging dit alles vooraf aan die physieke bestaansvoorwaarden , welke het organisch leven mogelijk maken.

3e. Volgens Genesis werd de derde tijdruimte in het ontwikkelingsproces gekenmerkt door het verschijnen van het droge. Evenzoo volgt op der. derden dag, onmiddellijk na de verschijning van het droge, de aanvang van het plantenleven, terwijl het kenmerkende van een levende soort in onderscheiding van anorganische stof op het duidelijkst wordt aangegeven. De anorganische natuur heeft geen ingeschapen macht om zichzelf voort te brengen. Maar de schrijver van het Boek Genesis beschrijft een levend wezen als iets, welks zaad in zichzelf is, zaadzaaiende naar zijn aard.

Men voert somtijds tegen dit verhaal van de schepping van het plantenrijk op den derden dag het bezwaar aan, dat hier reeds de hoogere plantensoorten beschreven worden, welke toch eerst in een veel latere periode voorkomen, namelijk de grassen en vruchtboomen; terwijl de vroegste planten tot een veel ouder orde van het plantenrijk behooren. Ken soortgelijke tegenwerping wordt ook gemaakt tegen het verhaal van de schepping van het droge, aangezien dit iets is wat nog steeds plaats heeft, want tot op den huidigen dag wordt er nog nieuw land gevormd.

Teneinde deze bedenking zoo volledig mogelijk te weerleggen, kunnen we niet beter doen dan de woorden aan te halen van Dr. E. P. Barrows, die vele jaren geleden reeds schreef1):

') Zie het artikel »De Mozaïsche »zes dagen" en de geologie" in de Hibliotheca Sacra van Januari 1857, blz. 61—98.

Sluiten