Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een document, als dat waarin de kosmogonie van Genesis vervat is, ter toetse brengen.

De woorden van Gladstone op dit punt zijn woorden van ervaringen wijsheid : ö

Het doet in ons gevoel aan de autoriteit van de Schrift niet te kort, dat zij aan den Almachtige oogen en ooren, handen, armen en voeten toekent, ja, zelfs onze menschelijke aandoeningen. Indien dit zoo is, dan zie ik niet in, waarom het gezag der gewijde boeken er door zou worden geschokt, omdat zij in het beschrijven van de orde en de opvolgende tijdperken van het Goddelijk werk, dit alles verdeelt in „dagen". Wat werd er vereischt, om dit groot tafereel van daden begrijpelijk en indrukwekkend te teekenen? Ongetwijfeld dit, dat men de verschillende stukken afzonderlijk groepeerde in de een of andere afgeronde tijdsindeeling, die het karakter draagt van iets dat in zichzelf afgesloten is, van een omwenteling, of een punt van uitgang en terugkeer. Nu zijn er slechts drie zulke verdeelingen onder de menschen algemeen bekend. Daarvan was de „dag" wel het meest geschikt voor menschelijke bevatting. En waarschijnlijk op grond hiervan is het figuurlijk gebruik van dit woord overgegaan in de profetische litteratuur, gelijk het inderdaad in ruime mate is doorgedrongen in de oude en nieuwe spreekwijze. Indien dit het doel was, wat nauwelijks in twijfel kan worden getrokken, blijkt het dan niet, dat het woord „dag", dat scherper dan het woord „maand of „jaar" scheidt van wat voorafgaat en wat volgt, juist gekozen is, met het doel om het denkbeeld van trapsgewijze ontwikkeling aan te geven in het proces, dat het Boek teekent?

Met dit alles voor oogen kan het geen nutteloos werk zijn, de sporen van overeenstemming na te vorschen, die zoo voorde hand liggen tusschen het eerste hoofdstuk van Genesis en het

') Zie de Nineteenth Century van November 1885, blz. 698.

Sluiten