Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stappen. Het was helder vriezend weer en de maan scheen over de stille straat en plein.

„Ga naar bed, lieve," zeide mevrouw Goldsmith, teruggaande naar de sofa waar Esther nog zat te peinzen. „Je ziet er bepaald vermoeid uit."

Toen man en vrouw alleen waren, keek mevrouw Goldsmith naar den heer Goldsmith, die, niet zeker of hij zich wel goed had gehouden, altijd angstig het vonnis afwachtte. Het deed hem pleizier te vernemen, dat het ditmaal „Niet schuldig" was.

„Ik verbeeld me dat alles best marcheerde," zeide zij. Zij zag er allerbekoorlijkst uit, met het lage lijf dat haar weelderige vormen nog beter deed uitkomen.

„Uitstekend!" antwoordde hij, terwijl hij met zijn rokspanden naar het vuur gekeerd stond, zijn grof gelaat stralend als een extra-lamp. „Het gezelschap en de croquetjes waren prima qualiteit. Het is merkwaardig hoe Mary de Fransche keuken heeft geleerd."

„Ja, vooral als je bedenkt dat ze zoo zuinig is met de boter. Maar ik denk aan heel andere dingen." Hij keek haar verbaasd aan. „Henry,* zoo ging ze ernstig voort, „wat zou je er van denken in het Parlement te komen?"

„In het Parlement, ik?" stamelde hij.

„Ja, waarom niet? Ik heb het altijd in mijn gedachten gehad."

Zijn gelaat betrok.

„Het gaat niet," zeide hij, het hoofd met de vooruitstekende tanden en ooren schuddend.

„Het gaat niet!" herhaalde zij scherp. „Denk eens aan hoe ver je het al hebt gebracht en vertel me niet, dat je nu halverwege wilt blijven staan. Het gaat niet! Zoo sprak je ook jaren geleden, toen ik zeide dat je president van den Kerkeraad behoorde te zijn. Je antwoordde toen, dat de oude Winkelstein het te lang was geweest, om hem er uit te knikkeren. Toch wist ik zeker dat je beter Engelsch op den duur indruk moest maken in zulk een povere gemeente

Sluiten