Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt dat hij is Vhomme qui rit en u Vhomme qui prie

„Dat heeft hij mij ook al voorgehouden, met de verklaring er bij, dat in elke talrijke Joodsche familie éen genie en éen krankzinnige voorkomen. Hij geeft toe dat hij het genie is. Het ongelukkigste voor mij is," besloot Raphael lachend, „dat hij werkelijk een genie is."

„Ik zag onlangs twee kleine stukjes van hem op de tentoonstelling van impressionisten in Piccadilly. Zij zijn heel knap en pakkend."

„Ik hoor dat hij balletmeisjes schildert," zeide Raphael gemelijk.

„Ja, hij is een leerling van Degas."

„U houdt niet van die soort van kunst?" vroeg Raphael met iets bezorgds in zijn stem.

„Neen," zeide Esther met nadruk. „Ik ben een wonderlijk mengsel. Ik heb in mijzelf op het gebied van kunst twee smaken ontdekt, die met elkander in strijd zijn, en geen van beide is voor het moderne realisme, hoewel ik dat in de literatuur bewonder. Ik houd van poëtische schilderijen met iets vaags romantisch-melancholieks, en ik houd van de stralende witheid der klassieke beeldhouwwerken. Waarschijnlijk is de eene smaak het product van temperament, de andere van nadenken; want intellectueel bewonder ik de Grieksche idealen en het deêd me pleizier, dat u Sidney om zijn verkeerde voorstelling er van terecht zette. Ik zou wel willen weten," voegde zij er peinzend bij, „of iemand de Goden der Grieken kan vereeren, zonder aan hen te gelooven."

„Maar u zoudt toch niet van Schoonheid een eeredienst willen maken?"

„Niet als u Schoonheid opvat in den bekrompen zin van het woord, waarin uw neef vermoedelijk dat woord gebruikt. Maar is zij niet, in een hoogere en ruimere beteekenis, het eenige mooie in het leven dat een zekerheid, het eenige ideaal dat geen hersenschim is?"

„Er zijn geen hersenschimmen," zeide Raphael ernstig.

Sluiten