Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgesnauwd, al leed ik gebrek. Alleen klaploopers, die het niet noodig hebben, worden geholpen. Maar zelfs in het slapste van het seizoen, God dank, heb ik nog altijd een korst brood en een kop thee kunnen verdienen. Zie je, ik heb maar een klein gezin," besloot Debby met een treurig lachje, „en hoe minder men met andere menschen heeft uitstaan, des te beter."

Esther maakte een lichte beweging; zij gevoelde een nieuwe verwantschap met deze verlatene ziel.

„Maar je zoudt toch hulp van mij hebben aangenomen?" vroeg ze.

Debby schudde koppig het hoofd.

„Nou, dan ben ik niet zoo trotsch," zeide Esther met een bevende stem, „want, zie je, ik ben gekomen om hulp van jou aan te nemen!"

En nu welden er tranen op en Debby drukte vol hartelijkheid de kleine snikkende gestalte tegen haar verwelkt lijf aan, dat vol speldenknoppen zat. Esther kwam in een oogenblik weer tot bedaren en dronk nog wat thee.

„Wonen hier nog dezelfde menschen ?" vroeg zij.

„Niet allemaal. De Belcovitch's zijn vooruitgegaan, zij wonen nu op de eerste verdieping."

„Dat is niet veel vooruitgang," zeide Esther glimlachend; de Belcovitch's hadden namelijk altijd op de derde verdieping gewoond.

„O, ze hadden wel naar èen betere buurt kunnen verhuizen," verklaarde Debby, „maar meneer Belcovitch zag tegen de kosten van een verhuiswagen op."

„Dan moet Suikerman, de sjadjan (huwelijks-makelaar), ook verhuisd zijn," zeide Esther, „want hij woonde op de eerste verdieping."

„Ja, hij heeft nu de derde gehuurd. Zie je, de menschen willen wel eens veranderen. En dan Ebenezer, die heel beroemd is geworden door het schrijven van een boek — zoo zeide hij mij — ging apart wonen en zij behoefden dus niet zoo deftig te doen. Het achtervertrek, heel boven, dat

Sluiten