Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofd, en ik verwacht een achtste. Als mijn moeder nog leefde, zou zij nu overgrootmoeder zijn. Mijn oudste kleinkind, Hertzei, heeft aanleg voor de viool. Er is een heer, die voor zijn lessen betaalt, God zij geloofd! Je hebt zekei gehoord dat ik vier pond heb gewonnen met de loterij. Je ziet dat ik niet dertig jaren voor niet heb gespeeld. Als ik maar gezond was, zou ik weinig reden hebben tot klagen. Ja, vier pond. En wat denk je dat ik er voor kocht? Je zult het binnen zien. Een kast met glazen deuren, zooals we er een in Polen achterlieten, en we hebben de planken met rose papier bedekt en lussen gemaakt, waarin de zilveren vorken kunnen rusten; het geeft me een gevoel, alsot ik nog een meisje was met kort haar. Maar als ik dan den.v aan Becky en ik me herinner dat — ga naar binnen Beek), mijn leven! Je maakt het al te bont met hem.^ Spreek een woordje met hem, terwijl ik met Esther praat.

Becky trok een gezicht en haalde de schouders op, maai verdween door de deur die naar de werkkamer leidde.

„Een knappe meid," zeide de moeder, terwijl zij haar trotsch nakeek. „Geen wonder dat ze zoo moeilijk te voldoen is. Zij plaagt hem zoo dat hij zijn hart opeet. Hij komt eiken morgen met een zak koekjes, of een sinaasappel, -of een vetten Hollandschen haring. En nu heeft ze haar naaimachine verplaatst naar mijn slaapkamer, waar hij haar niet volgen kan, de arme jongen!"

„Wie is het nu?" vroeg Esther, die pret had van de

geschiedenis.

„Sjoshi Sjmendrik."

„Sjoshi Sjmendrik! Trouwde hij dan niet met de weduwe Finkelstein ?"

„Ja wel, een heel fatsoenlijke, ordentelijke jongen; maar zij had haar eersten man liever," zeide juffrouw Belcovitch lachend, „en volgde hem vier maanden na haar huwelijk met Sjoshi in het graf. Sjoshi heeft nu al haar geld. Een

heel ordentelijke jongen."

„Maar zal het tot een huwelijk komen?"

Sluiten