Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zich zelf had moeten hooren, had waarlijk iets van ironie. Zij had gewild dat Malke haar het geld zag geven, maar een oogenblik later wierp zij die gedachte als onwaardig van zich af.

„Kom je een kop thee bij ons drinken, als we die menschen onder dak hebben gebracht?" vroeg Hanna. „Kom, zeg nu niet neen. Het zal mijn vader bepaald pleizier doen rebbe Mousje's kleine meid te zien."

Esther stemde zwijgend toe.

„Ik hoorde onlangs van u allen," zeide zij, toen zij een eindje verder waren. „Ik ontmoette uw broeder in den schouwburg."

Hanna's gelaat klaarde op.

„Hoelang was dat geleden?" vroeg zij bezorgd.

„Dat weet ik nog precies. Het was de avond vóór den eersten Paaschavond."

„Was hij wel?"

„Heel wel."

„O, dat doet me zoo'n pleizier."

Zij vertelde Esther van Levi's vreemd wegblijven van het jaarlijksche familie-feest. „Vader ging uit om hem te zoeken. Wij waren in doodelijken angst. Hij kwam pas half een in den nacht thuis, in een vreeselijken toestand. „Nu," vroegen we, „hebt u hem gezien?" — „Ik heb hem gezien," antwoorde hij. „Hij is dood.""

Esther werd bleek. Was dit het vervolg op de vreemde episode in de bibliotheek van meneer Henry Goldsmith?

„Natuurlijk was hij niet werkelijk dood," ging Hanna voort, tot Esther's verlichting. „Vader wilde haast geen woord meer spreken, maar uit hetgeen hij zeide maakten we op, dat hij Levi iets heel ergs had zien doen en dat Levi voortaan dood voor hem was. Sedert dien nacht durven wij zijn naam niet meer noemen. Spreek alsjeblieft niet over hem aan de thee. Ik ging tersluiks een paar dagen later naar zijn kamers, maar hij was er niet en ik ben niets meer van hem te weten kunnen komen. Soms denk ik wel eens dat hij naar de Kaap is gegaan."

Sluiten