Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden zij Hem kunnen bewijzen dan alzoo met Hem alleen te rekenen, met Hem, den hoog verhevene, aan hunne zijde, gerust te durven zijn? De profeet beproeft alles om den koning tot zulk een geloof op te heflen. Nog eens spreekt hij hem aan: vraag dan een teeken als gij nog twijfelt, eisch beneden in de diepte of eisch boven uit de hoogte! Maar dan antwoordt Achaz: ik zal niet eischen en ik zal den Heere niet verzoeken. O, gij huis Davids, is het u te weinig dat gij de menschen moede maakt, dat gij ook mijnen God moede maakt? Zoo hooren wij nu Jezaja uitvaren, zich ergerende over zooveel slapheid des harten en bitter teleurgesteld. Want hij laat zich door den vromen klank van het vorstelijk woord niet bedriegen. Het moge nog zoo bescheiden en eerbiedig vroom klinken, het wil in waarheid zeggen — Jezaja begrijpt het al te wel — blijf met uwe godsspraken thuis, ik heb mijn eigen plannen en laat mij niet door u storen!

Zoo mag het hem niet gelukken koning en volk tot God terug te brengen. Hij moge spreken zoo vurig als hij kan, hij moge zelf het voorbeeld geven van kalmte en gerustheid, het baat alles niet. Meenden tijdens den voorspoed velen in Jeruzalem Jehova niet noodig te hebben, nu, in de benauwdheid, durven zij het met Hem alleen niet wagen. Achaz koopt liever met vrijwillige onderwerping aan den Assyrischen vorst Tiglatli-Pileser diens hulp

Sluiten