Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God de eenige, of, zoo dit al niet meer, dat hij ten minste de machtigste, de hoogste der goden is.

Doch voor wie dit een vraag werd, met voor onzen nrofeet Hij heeft de verhevenheid van den Heilige Israëls te duidelijk gezien, te diep gevoeld dan dat zulk een vraag in zijne ziel ook maar zou kunnen opkomen. Hij twijfelt niet één oogenblik. Zeker, Juda, evengoed als zijne naburen, moet zich onderwerpen daar is geen ontkomen aan, maar waarom? Omdat die Assvriërs nu eenmaal zoo oppermachtig zijd, dat niemand, geen mensch en geen god, tegenover hen kan stand houden? Neen, met daarom, maar

omdat Jehova zelf het zoo wil, omdat Hij die geweldenaars gebruiken wil als den stok in zijne hand waarmede Hij zijn schuldig volk slaat. Zoo wordt Jezaja niet moede het aldoor te herhalen: ziet toch met alleen op die vijanden, ziet naar Hem die hen zendt en die dit alles doet. Geeft Hem de eere in stede van te twijfelen aan zijne macht! Tegenover de snorkende pralerijen der overwinnaars, tegenover de angstige blikken der twijfelaars staat hij opzijn post met het woord des geloofs: ziet uw God o Israël. Als iedere overwinning der vijanden die hen nader brengt, velen wanhopig doet roepen : waar blijft toch Jehova? antwoordt hij: hier is Hij, hier in deze eigen overwinning, Hij geeft haar uw vijand!

Nog eens, denk u terug in de gedachten van die dagen en versta dan de grootheid van zulk een geloof:

Sluiten