Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloten met den dood, met de helle een voorzichtig verdrag gemaakt, zij zullen ons niet deren! (28:7—15)

Is het mogelijk, zooveel lichtzinnigheid in zoo ernstige dagen? Maar het is meer gezien, dat de mensch als door alle vrees heen was. Ik denk aan de dagen van het schrikbewind in Frankrijk. In de kerkers van Parijs waaruit eiken morgen tientallen werden weggehaald naar de guillotine, vierden de gevangenen nog de dolste feesten. Is de mensch der wereld niet altoos geneigd te lachen met het gevaar waarvoor hij gisteren rilde? De saletjonkers en hofdames te Versailles dansten en schertsten weer met elkander, zoodra de eerste schrik voorbij was, en trachtten aldus het grimmige spook der revolutie weg te dartelen uit hunne gedachten.

Niet anders deden de voorname heeren en dames van het Jeruzalem dier dagen. Ja, uit datzelfde Jeruzalem, uit die zoo ontzaglijk ernstige jaren, is het woord afkomstig, 't welk voor alle eeuwen het parool der lichtzinnigheid gebleven is: laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.

Het waren een paar bange weken geweest: de vijandelijke wagens vulden de valleien om de stad, de ruiters berenden de poort; toen sloeg de schrik om het hart, in allerijl zag men de vestingwerken na, brak huizen af om bressen in den muur te stoppen, maar het gevaar werd nog afgewend, buiten verwachting, en wat is nu de vrucht van den door-

Sluiten