Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijke heerschappij: God, die door zijn woord recht en vrede op aarde herstelt. Hij verwacht het niet van het Jeruzalem zijner dagen, de sterke veste met haar muren en torens, niet van paarden en wagens, — laat die vergaan, ja zij moeten vergaan, opdat het vertrouwen er niet op sta (5 : 9—43) —, hij verwacht het van een nieuw gezuiverd Jeruzalem, in 't welk God waarlijk Koning zal zijn. Hij verwacht het niet van de koningen zijns tijds in hun pracht en praal — laat die bezwijken, — hij verwacht het van dien Koning, die opstaat eenmaal uit het nederige Bethlehem en die optreden zal, niet in aardsche macht, maar in de hoogheid van den Naam des Heeren Zijns Gods (5 : 4—3).

Dit is het heerlijk geloof van onzen profeet. Laat alles tot den grond toe worden afgebroken, hij, door den geest Gods bestierd, bouwt alles als 't ware van den grond af weer op, in betere, meer geestelijke schoonheid: een nieuwe stad, een nieuw volk, een nieuw koningschap. Zoo zal Israël eens zijne bestemming kunnen vervullen en zegen brengen aan de wereld.

En zie, opdat het daartoe kome, daarom moet het nu in het vuur, om gelouterd te worden, in den dood, om herboren op te staan. Het oordeel moet komen en doorwerken, totdat verootmoediging de trotschheid des harten gebroken heeft en de belijdenis gehoord wordt: „ik zal des Heeren gramschap dragen,

Sluiten