Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de gedachte, dat de onmenschen weldra evenzoo

eigen hof en huis zouden vernielen. Als een machtige

donder klonk in dit dreigend gevaar de stem des Heeren, en Jeremia hoorde en werd de tolk zijns Gods om aan Israël te verkondigen wat de Almachtige in dezen nood hun te zeggen had. Ernstig bestrafte hij vooral de afgoderij (2: 4—13, 27, 28 enz.) en vermaande tot een oprechte bekeering, of er misschien nog genade zou zijn en ontkoming van den aanrukkenden vijand.

En werkelijk, zoo schijnt het, werd het oordeel thans nog uitgesteld. De Scythen teisterden wel het naburige land der Filistijnen, maar trokken ten slotte terug zonder in Juda gevallen te zijn, hetwelk alzoo met den schrik vrijkwam. Toch had de schrik heilzaam gewerkt en, voor het oogenblik althans, een verteedering des harten gewekt, waardoor het koning Jozia gelukte een radicale hervorming tot stand te brengen in den godsdienst zijner onderdanen: alleilei afgodische praktijken werden afgeschaft, voortaan zou in Jeruzalem's tempel alleen, niet langer op de hoogten, geofferd worden, en geheel het volk, in zijne oudsten in de hoofdstad vertegenwoordigd, vereenigde zich met den koning in een plechtige belofte om de pas gevonden wet des Heeren na te leven. (2 Kon. 22 en 23).

Was aldus het volk werkelijk bekeerd? Jeremia deed zijn best een meer dan schijnbare verandering te

Sluiten