Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„lijkheid. En toen ik dat zag, viel ik op mijn aangedicht."

Hoe onbestemd is dit alles gehouden. Hoe weinig houvast hebben wij er aan! Het zag er uit als een troon, het geleek op een man, het was als vuur! Ge zoudt willen zeggen: spreek toch duidelijk, o profeet, geef mij een klaar antwoord: was het nu een man, een menschengedaante die gij zaagt, ja dan neen? Maar juist deze onduidelijkheid is opzet. Het ligt niet in de bedoeling van den profeet u precies te zeggen wat het was. Dat kan hij niet, dat weet hij zelf niet. Het leek op een man, ja van verre, van zeer verre, maar het tuas geen man, ganschelijk niet, want het was de heerlijkheid van Jehova, den Onvergelijkelijke. Wees voorzichtig in uw woord, roept Ezechiël ons toe. spreek niet van hem die boven alle hemelen troont, als van een mensch. God is groot en wij begrijpen 't niet. Wij kunnen slechts jxanbidden, sterker nog, slechts op het aangezicht vallen in het stof.

Ziedaar het gezicht dat onze profeet ontving van de heerlijkheid van zijnen God. Ik wilde van de uitvoerigheid waarmee hij het ons beschreven heeft, niets inkorten, want juist deze breedvoerigheid, dit teekenen tot de kleinste bijzonderheden toe, dit uitmeten van hetgeen hij behandelt naar alle vier zijden, — juist dit is karakteristiek voor de manier, waarop Ezechiël de dingen denkt en ziet. En mag ik nu even, om u

Sluiten