Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij kunnen uit ons boek een bloemlezing samenstellen van troostwoorden zooals zelfs het N. Testament ze bijna niet inniger en warmer heeft. „Kan ook een vrouw haren zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon van haren schoot ? Ofschoon deze vergaten, zoo zal ik u toch niet vergeten." (49 : 15). „Zooals een mensch door zijne moeder vertroost wordt, zoo zal ik u vertroosten." (66 : 13) „O alle gij dorstigen, komt tot de wateren en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk" (55 : 1). „Een klein oogenblik heb ik u verlaten, maar met groot erbarmen neem ik u weder tot mij,.... want bergen mogen wijken, heuvelen wankelen, mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, mijn vredebond zal niet wankelen, zegt uw Erbarmer, Jehova." (54 : 7, 10.). „Ik heb uwe overtredingen als een nevel weggevaagd, als een wolk uwe zonden. (44: 22). „Vrees niet, want ik ben met u .... ik sterk u, ook help ik u, ik ondersteun u met mijne zegebrengende rechterhand." (41 : 10).

Ik schrijf niet meer uit. Wij behoeven deze bladzijden slechts op te slaan en dadelijk valt ons oog op diergelijke woorden die klinken als een evangelie vóór het Evangelie. Zoo weet deze profeet te troosten. En in zijn vurig verlangen om zijne slappe tijdgenooten op te richten, dat ook hun oog zal gaan schitteren van dezelfde hoop die hem bezielt, in zijn vaste

Sluiten