Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natiën, liet zich wachten, of, zoo er al beweging kwam,

dan liep zij toch niet uit op de verheerlijking van Israël en Israëls tempel. Het verloop der geschiedenis ging niet langs de lijn, die de profeet had uitgestippeld. Het is met Haggaï gelijk ook met de andere profeten: het einddoel der wegen Gods was reeds in 't zicht, zoo meenden zij, niet vermoedende, dat de weg nog zoo lang, nog zoo moeilijk, zoo vol gevaar en strijd zou zijn.

Zeg nu niet: dan hebben de profeten zichzelven en hun volk bedrogen, maar erken de goddelijke wijsheid in de opvoeding van zijn volk. Het is het beginsel 't welk de Heiland uitsprak: nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen (Joh. 16:12). Het is hetzelfde wat wij ook in ons eigen leven ondervinden. Wij treden allen het leven in vol illusie, vol hoop op geluk, dat daar immers dichtbij ligt, zóó te grijpen! Wij rekenen allen op geluk, — wie rekent op ramp en tegenspoed, als hij den levensweg opgaat? Wie zou den moed hebben om verder te gaan, indien hij van tevoren alles wist, alle strijd en beproeving en ziekte en verlies, die hem wachten misschien? Neen, gezegende onwetendheid! Gezegende hoop, die ons voorwaarts lokt! En brengt de levenservaring ons wel vaak geheel andere goederen dan de hoop ons had voorgespiegeld, toch is niet alles in deze bedrog. Wie door de teleurstelling naar de diepte wordt geleid, wie bij het tellen zijner dagen het wijze

Sluiten