Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ballingen, voorzien van rijke wijgeschenken voor den tempel, en, wat het voornaamste was, „met de wet Gods in zijn hand," toog hij uit Babel op naar Jeruzalem. Zijn doel stond hem duidelijk voor oogen, en hij liet het weldra blijken. Niet lang na zijne aankomst werd hij gewaar, hoe ver de toestand in de stad afweek van het ideaal, dat hij zich van het volk van Jehova gevormd had. Enkele aanzienlijken deelen hem nl. mede, dat de Israëlieten, zelfs priesters en Levieten niet uitgezonderd, heidensche vrouwen hebben genomen voor zichzelven en voor hunne zonen, zoodat, gelijk zij zeggen, „het heilig zaad zich vermengd heeft met de volken dezer landen.' Groote ontsteltenis bij Ezra: „toen ik nu deze zaak hoorde, scheurde ik mijn kleed en mijn mantel, en ik trok van het haar mijns hoofds en mijns baards uit, en zat verbaasd neder." Er moet raad geschaft worden. Gesteund door allen, die „beven voor de woorden van den God Israëls" en die met hem de leuze aanheffen: „laat er gedaan worden naar de wet," tracht hij het daarheen te leiden, dat alle vreemde vrouwen met hare kinderen worden weggezonden uit stad en land. Maar ook dient er gewaakt, dat voor het vervolg iets dergelijks niet meer kan voorkomen, en niet alleen hierin, maar ook in alle andere dingen moet de wet het richtsnoer worden.

Zoo is het streven van Ezra. En geholpen door de

Sluiten