Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roepen en daar zal niemand zijn stem op de straat hooren. Het gekrookte riet zal hij niet verbreken en het rookende lemmet zal hij niet uitblusschen, totdat hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning En in zijnen naam zullen de heidenen hopen."

Het gekrookte riet zal hij niet verbreken, en -.het rookende lemmet niet uitdooven, aan de waarheid zal hij gerechtigheid doen voortvloeien § 22. Hij zal niet verflauwen noch verzwakken, totdat hij gerechtigheid op aarde gevestigd heeft, en totdat alle landstreken zijne wet zullen verbeiden." § 23.

De knecht waarvan Jesaja hier spreekt, gelijk het vooraf en naderhand blijkt, is Israël, door God (Lev. 25: 42) „mijne knechten zijt gij" genoemd. Dat daarmede enkel en alleen Israël bedoeld wordt, is nog duidelijker vermeld in verzen 21 en 22: „De Heere vond welbehagen, wegens zijne gerechtigheid, zijne wet groot en heerlijk te maken. Nu is het een beroofd en geplunderd volk, zij zijn allen verstikt in snaren en in gevangenissen zijn zij opgesloten en daar is niemand die redt, die zegt: Keert weder." Dat dit Israël bedoelt, laat niet den minsten twijfel of tegenspraak toe, en dat dit hoegenaamd niet op Jezus van toepassing kan zijn, ziet men daarenboven in vers 4, in Mattheus klaarblijkelijk uitgelaten: „Hij zal niet verflauwen, noch verzwakken, totdat hij rechtvaardigheid op aarde gevestigd heeft." Is de dood van Jezus niet een voldoend bewijs, dat hij aan deze voorwaarde en belofte niet voldaan heeft ? Is er grooter teeken van verflauwing en verzwakking op aarde denkbaar, dan door den dood ? Was Jezus'klaaggeschrei aan het kruis (Matth. 27: 4ó) „Mijn (iod, mijn God! waarom verlaat gij mij ?" niet eene afdoende getuigenis zijner verflauwing en verzwakking zoowel naar lichaam als naar geest ?

Zoo die knecht niet verzwakken zou, voordat hij zijn last vervuld had, dan voorzeker moest hij niet vrijwillig den dood ondergaan hebben, nog veel minder dien verkozen hebben, noch kon God hebben geboden, dat ter wille der zonde der menschheid, dat sterven plaats moest hebben, doch God zou gelijk Israël, dien „knecht" op aarde moeten doen leven, om daar dien last te voltooien.

Sluiten