Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV. Luk.21:32, „Voorwaar ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn.

In dit hoofdstuk verklaart Lukas wat men reeds in in Mattheus verhaald vindt en bovendien Jezus' verzekering aan zijne discipelen in vers 18: „doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan." In hoeverre deze voorspelling vervuld is, weet men maar al te wel, door de verschrikkelijke vervolgingen, de langdurige gevangenschap en den wreeden dood, welke deze discipelen van de Romeinen te v iduren hadden.

In verzen 29 en 30 vindt men andermaal gelijk in Matth. 24: 32 Jezus' vergelijking met den vijgenboom en hij laat daarop volgen: „en als gij dat ziet, zoo weet gij dat de zomer nabij is;" vers 31: „Alzoo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zoo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is." Aldus, zoo zeker, als na de verwoestingen door den winter aan dezen boom aangericht, de verschijning van knopjes, bladeren en bloesem den naderenden zomer aankondigt, — zoo zeker zal onmiddellijk na de verwoesting van Jeruzalem, het koninkrijk Gods op handen zijn, wanneer gij den zoon des menschen zult zien verschijnen op de wolken des hemels enz. Is deze voorspelling ooit vervuld?

Wat Lukas in dit hoofdstuk verhaalt, als door Jezus voorspeld aangaande de verwoesting van Jeruzalem, toont slechts aan, dat Jezus volkomen begreep, dat de onderlinge twisten van het Joodsche volk, met het onverdragelijk juk der Romeinen, ten laatste tot eene vreeselijke uitbarsting moesten leiden. En onder deze voorspellingen vindt men (vers 25): „en er zullen teekenen zijn in de zon, de maan en de sterren" (vers 27): „en zij zullen den zoon des menschen zien komen in eene wolk, met groote kracht en heerlijkheid." Is er ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem, een enkel van deze teekencn waargenomen ? Heeft iemand Jezus toen gezien, of is hij ten dien dage aan zijne discipelen of apostelen verschenen, die gedurende deze verwoesting leefden? Zoo iets van deze voorspelde teekenen toen zichtbaar ware geweest zouden zij zeker niet nagelaten hebben, zulks te verhalen.

Sluiten