Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus en wees u aan dat Jezus Jes. 61 : 1 en 2 op zich heeft toegepast, toen hij te Nazareth in de Synaeoea predikte, volgens Luk. 16: 22. Ik sprak in dat kleine stuk over zijn ambt als profeet en priester en moet nu over zijn koningschap spreken, doch vooraf wil ik iets zeggen over de aanhaling van Jes. 61, door Lukas, als zijnde niet letterlijk weergegeven.

Zeer goed kan ik mij voorstellen de bezorgdheid van een Israëliet, die weet met welk een angst er gewaakt is tegen de geringste verandering in den tekst

In de eerste plaats is het duidelijk, dat Lukas aanhaalt naar den Griekschen tekst, daar zijn vriend, „de voor treffelijke 1 heopilus, geen Hebreeuwsch zal gekend hebben. Dan nog blijkt, dat hij die Grieksche vertalmniet voor zich had, maar uit zijn geheugen citeerde'' door de bijvoeging van Jes. 42: 7, „om verslagenen henen te zenden in vrijheid."

Lr kan alleen uit blijken, dunkt mij, dat de angstige bekommering over de letterlijke aanhalingen uit de O I". Schriften hem niet bezielde. Bovendien meen ik op te mogen merken dat die ietterangst of (vergeef mij het woord, dat daarvoor bij ons een zeker burgerrecht verkreeg) „letterknechterij," niet gevonden werd bij de schrijvers van de heilige boeken, maar slechts bij de latere bezitters. Zoo wordt b.v. het verhaal van Davids overwinning op Goliath I Sam. 17, elders aan een ander toegeschreven.

Bovendien kan de aanhaling van Jes. 61 door Lukas met gezegd worden, vervalsching te zijn, om Jesaia te doen zeggen, wat Lukas gaarne had. De hoofdzaak'bleef toch dezelfde — niet waar?

En nu het koningschap van den gezalfde. Dat de O. 1°. Schriften den Messias als een Koning voorstellen lijdt bij u ook geen twijfel. Ik meen zelfs die verwachting te zien doorschemeren in het loflied van Ilanna bij de geboorte van Sarnuel, I Sam. 2:1(waar zij profeteert : „De Heer zal Zijn Koning sterkte geven en den luister van Zijn gezalfde verhoogen," terwijl het koningschap toen nog niet bekend was onder Israël, evenals toch ook voorzegd wordt I Sam. 2: 33 door den Heer- Ik

6

Sluiten