Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige stem die haar alles heel anders aanried.

— Zou iemand iets doen voor ons? vroeg Matielde, zouden ze iets aan ons geven? A! ze misjonnen ons genoeg onze arme bete brood! En hebben wij iets te veel om te geven ?

Zo was het: de godsdienst, de zedeleer, alles had zich vervormd voor hen, geplooid naar en aangepast aan hun eigen wezen. Niet zij dienden God, doch God was hün dienaar. Bij middel van Hém spraken ze de banvloek uit over alles volgens hun eigen begrippen. Hun begrippen waren de kinderen van hun aard, waaraan alles ondergeschikt was, hun gierigheid, hun meedogenloosheid, hun haat werden deugden omkleed met het heilige Godswoord. Hun ondeugden brachten ze op hun evennaaste over, veruiterlikten ze en gaven ze een waarneembare gestalte die ze verafschuwden en waartegen zij de vloek van de hemel inriepen omdat die gestalte bedervend op hen inwerkte.

Bij de deur zagen ze Stifnie weer die hen vertelde over de vent en ook verhaalde van een ander geval enige uren van daar op een dorp voorgevallen, een vader van familie ver-

Sluiten