Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liever was hij in een verlaten eiland geweest zonder buren, verre of nabij.

Dromend staarde hij al de roerloze dingen aan die hem nu reeds huizelik voorkwamen. Heel kristelik waren de mensen hier, er stonden op de schouw een hele reeks heiligenbeelden met in 't midden een Kristus aan 't kruis. Zonderling toeval! een aantal van die beelden geleken volkomen op deze die vroegere jaren de armoedige woning van zijn moeder bevolkten, leder van hen wekte afzonderlike weemoedige herinneringen in hem. Hij naderde de beelden en koesterde hun koude leen, nog kouder door de verlatenheid waarin ze verkeerden, in een warme blik van beschermende genegenheid. En hoe meer hij ze van nabij beschouwde, hoe meer gelijkenis hij vond, tot zelfs de stofplekken waren eender en het was hem even alsof hij de stem van zijn moeder hoorde, in haar enigheid bezig met klagen omdat ze niets bezat om het stof van tussen al die vouwen en voren te doen.

Hij slaakte een diepe zucht. De opwekking van dat viezioen was wel machtig geweest! hij voelde zó de warmte van de stoof hem doordringen bij winterdag en de geur van de

Sluiten