Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook door hun wortels, knollen of stekken vermenigvuldigden en dus geen zaad behoefden.

Maar Van Riebeeck's geleerdheid was hier t'einde. Hij had daar nog nooit opgelet verzekerde hij, hij zou die bloemen eens gaslaan. Toch wist hij zeker van de begonias dat die zaad voortbrachten, hij had er reeds gezien. Mevrouw was daarover zeer verwonderd, zij had steeds de knollen doorgesneden zools men het haar geleerd had en zoals niemand beter wist op het dorp.

De twee vrouwen zaten op de bank en Van Riebeeck stond voor hen recht, verdiept in zijn uitleggingen waarnaar ze aandachtig luisterden. Soms keek Stiena even naar hem op en wierp een snelle blik op zijn goedig gezicht. Zijn tegenwoordigheid schonk haar een grote kalmte en tevredenheid zoals ze die slechts in zijn bijzijn voelde, het was als een zachte dommeling die haar overviel. Ze mengde zich niet in het gesprek en hij wendde zich ook niet tot haar, doch zij was tevreden zo.

Van Riebeeck vertelde dat de stasieoverste van daar verder een prachtig soort teerozen had en hij zou mevrouw een stek bezorgen indien hij die wilde rozelaar — die hij aan-

Sluiten