Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen was het zoals het was lange jaren geleen, en soms ook later, ze voelde een overgrote vrijheid en een plots-snelle stroming van het bloed, vroeging en wellust, een herinnering die haar overstelpte en dronken miek, een tegenstrijdige gedachte, een worsteling, snelle viezioenen: haar zuster, de vorige heftige tonelen, Van Riebeeck en andere, lage dingen, waarover ze haastig heengleed.

Ze had zich nog niet verroerd, alles geschiedde inwendig alsof daarbinnen een andere persoonlikheid leefde die heftig zedelik worstelde maar toen kwam een gedrang als van buiten-af, ze luisterde gretiglik, de voorstelling sloeg over naar de overwinning van het kwade, trekkingen voelde ze nog, of speldeprikken: dat was de half-bewuste gedachte aan straf en hel en oordeel. Daarna verdween dat ook.

Matielde rekte zich welbehaaglik uit.

Maar seffens dacht ze aan haar zuster en aan Van Riebeeck en ze voelde haat voor haar zuster. Maar die verdween weer en Van Riebeeck bleef alleen over.

O! die man! Waarom was hij tot haar zuster gegaan in plaats van tot haar te komen? Waarom bleef zij verstoken van dat genot

Sluiten