Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer op met alle kracht, het moest voldaan worden, al was het maar om Hem te tergen, om te tonen dat ze zich tegen Hem dierf verzetten.

Haar ontroering was wederom ten toppunt gestegen en ze duizelde, brieste met vreemde keelgeluiden onderwijl ze Hem aan het kruisbeeld daar aan de schouw aangrijnsde. Maar een wemeling daar achter weerhield haar plots, het was in de spiegel de weerkaatsing van haar eigen gedaante die zich bewoog. Een ogenblik hield ze zich stil en blikte haar evenbeeld met hartstochtelike verliefdheid aan, hoewel ze niet schoon was, o, zeker niet! ze wist het wel, en niettemin . . .

Welk een luttele haardos bedekte de spitse schedel. Het voorhoofd was eng en achteruitwijkend. Haar wenkbrauwen waren dik, de glans van haar ogen was smachtend en haar brede mond, met de toegeknepen lippen, was steeds vervrongen in een plooi van wellust. Vormen had ze niet.

Maar dit voldeed haar en verving alles.

Ze luisterde weer, daar waren de fluisterende verleidingstemmen, de engel was nu verdwenen en dit gaf haar niets meer. Het was weer een gewemel rondom haar in de

Sluiten