Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg alleen naar hem, dacht alleen aan hem, zinde alleen op alles na wat hij deed ieder ogenblik van de dag en zelfs van de nacht. Ze had er alles voor vergeten en de werkelike dingen beroerden maar even als schichten rap haar brein. Dat was zekerlik een misdaad in de ogen van God, ze had zich door hem laten betoveren en hij was een man. Ze had er niet eens naar gevraagd of het Hem behaagde en wat daarvan zou voortkomen. Het was als een geluk geweest zonder einde en zonder uitkomst dat maar alleen bestond voor het genot van het ogenblik en aan morgen niet liet denken.

Doch nu was wel het hoogste gekomen en ze begreep niet dat dit alleen oorzaak was dat haar geest geen wanklanken kon lijden in dat hoogste, dat zij rondom zich liefhebbende wezens moest hebben nu, een wereld van gelukkigen. En dat ze niemand had, zelfs niet haar eigen zuster die koppig en vol haat was. En dit drukte haar, zelfs toen ze ver weg was en aan haar zuster niet dacht, het drukte haar, meest onbewust als een vroeging die opkwam en waarvan ze de oorzaak niet ried.

Maar nu zou ze haar zuster eens aanspreken.

Sluiten