Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonden geworden, was iedere zenuw, iedere spier van haar lichaam in pijnlike spanning geraakt. Het was te geweldig dat genot, ze voelde het in zich overal oppermachtig drangend naar uiting; het was niet meer te weerstaan.

Waarom zou ze 't weerstaan ? Daar een ogenblik geleden wist ze 't: de schaamte, de schrik dat 't zou uitkomen, de spot van iedereen, het belachelike van haar handelwijze ... dat weten werd in haar opgewekt door 't zien van haar zuster ... het verdween terug door dezelfde oorzaak, want die vrouw die daar stond die was haar zuster niet, het was een spook, het spook van Van Riebeeck. Door haar heen — of hoe was het ook? zag ze hem en weldra zag ze niets anders. En alles wat vóór haar stond, die rokken om 't lijf van haar zuster, 't vervormde zich, werd iets anders, dat gevloekte walgelike, alles wat ze vele malen vervloekt had omdat heet verlangen haar kwelde. Het was dat, altijd dat, overal dat, vermenigvuldigd en door alles verzinnebeeldigd. Alles was onkuis, alles sprak haar van dat genot, ieder voorwerp, alsof de maker ervan door niets anders ingegeven was geweest. In alles lag een herin-

Sluiten