Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En moei verwonderde zich mee en sprak van oude rozenstruiken, en daar werd door de twee andere geweldig op gelogen. Moei bleef in de zevende hemel, kwijlde haar samenspraak in een tedere vorm al zingende en trok verliefde blikken naar Van Riebeeck, die steeds zonder glimmen, als een echt bewonderaar, naar de jeugdige rozen zat te glarien, in een soort vervoering. Mevrouw Bollekens haalde haar zakdoek uit en verborg er een zenuwachtige schaterlach achter.

Doch Van Riebeeck's ernst was ten dele werkelikheid. Het verdroot hem dat hij Stiena niet zou ontmoeten en daar straks had hij een hele boel dingen uitgedacht om haar te plagen. Nu liet hij kluchten schichten en vermaakte mevrouw Bollekens, doch lachte zelf niet mee, inwendig werd hij nors.

De stasieoverste kwam terug en zijn kollega, die was gaan zien, met hem. Van Riebeeck was er blij om, de twee mannen vijzelden de oude moei allerlei dingen op en vermaakten zich kostelik. Hij echter voelde zich steeds ontevredener en hij was woedend op zijn noodlot. Na een hele tijd zich inwendig uitgelaten te hebben over al die ellendige dingen die zo'n mens overkomen, kwam het

Sluiten