Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raakten. Hij wist dat die hand aan een levend wezen behoorde van een ander geslacht en net zo gevleesd, . . . die hand en die arm brachten hem in beroering. Ze zei:

— Het is toch wel ongelukkig maagpijn te hebben. Ik ben bang te eten. Weet je daar geen middel tegen, meneer Van Riebeeck, gij weet alles!

Hij luisterde naar de stem die nu heel zacht werd en warm en hij bleef onder haar betovering, niet een zoete doch een vrange betovering die zijn bloed opzweepte. Die stem was de streling van de verleiding, van een slangige, indringende, zich krinkelende bekoorster, niet deze van een mooie vrouw van wie een bovenzinnelik genot uitstraalt en zalig maakt. De aandrift was verdorven en wademde gift uit en wekte onreine gloed. Hij had liever geen antwoord gegeven en blijven luisteren want binst stegen en stegen de hartstochten in kracht. Nu was het alsof ze vielen en een snelle bloedverplaatsing verlamde hem de benen. Hij sidderde van het hoofd tot de voeten en zijn tong weigerde hem voor het ogenblik haar dienst.

Ze bezag hem met vochtig-glanzende ogen, hij zag het niet maar voelde het en voelde

Sluiten