Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. Sichtend lange dagen was ze geen ogenblik meer weg geweest en daarom haatte ze haar meer-en-meer. Erger was het: ze vervolgde haar waar ze ging, ze kon geen stap meer verzetten zonder dat ze erbij was.

Matielde keek door het venster toen ze zag dat haar zuster geen acht op haar sloeg, ze keek door het venster de ruimte in en mijmerde hoe ze zou ontkomen. Nu was haar zuster haar geweten niet meer, zoals in het begin; ze was een dwang geworden en wekte niets meer dan haat in plaats van berouw. Berouw bestond niet meer, alles was heen, neen, niet heen, iets bestond nog, de verering doch die was van voorwerp veranderd en de gedachte aan God kwam alleen nog op om Hem te haten en te vervloeken.

O! nu was ze haar zelf en ze was tevreden omdat ze haarzelf opniew was. Zwaar lagen daar de jaren van gehuichel die nu voorbij waren en ze toefde weer bij haar kindsheid toen ze de Gekruisigde weer kruiste. Al die jaren . . . wat had ze gedaan ? Wat had haar gedreven tot iets dat niet het hare was, tot de Godsverering die ze niet bezat? Zo dikwels had haar zulks gepijnigd, had ze tegen een drang moeten worstelen omdat alles te ver-

Sluiten