Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op en richtte zich naar haar zuster. Ja, die was hulpbehoevend, samen hadden ze de eenzaamheid getorst, het was haar onverdragelik dat haar zuster zich nu helemaal van haar verwijderde.

— Matielde, zei ze, moet je hoegenaamd niet meer van me hebben?

— Maar de oudste had geen trek de genegenheidsbetuigingen van haar zuster te beantwoorden. Ze keek haar woedend aan met haar verwilderde ogen en saamgeknepen lippen. Ze had in de eenzaamheid nagedacht, neen, ze was in de eenzaamheid roerloos blijven zitten, en daar waren ze afgekomen, de vrienden van haar eenzaamheid, het waren kunstenaars, ze beschreven haar het genot en schilderden het in levende taferelen voor haar ogen. Ze zag het en hoorde 't en bleef stil zitten om er niets van te verliezen, haar lichaam sidderde, ze ging als in vervoering op maar bleef dadenloos om langer te genieten. Vreemde fluiden overstroomden haar, brachten de wellust tot in de uiterste spanning, ze kende dat, ze was in het kwade verfijnd geworden.

Neen, mannen moest ze niet hebben, alleen hun herinnering, hun beeltenis, hun schim

Sluiten