Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genot verschafte. Op zekere dag was ik al niezende achter hem aangestapt op straat. Nu gerucht achter hem kan hij niet verdragen want hij is zeer zenuwachtig. Hij keerde zich plots om en stoof op me toe:

Heb je daar haast gedaan, morelde hij, stomme kwiebus! geraffieneerde hoorndrager! Mijn lonpen sorinoen irit miin mni

J O j O —1 J"

Ik gaapte de man ontzet aan doch kon geen woord spreken. De ogen puilden uitz'nkop en hij miek bewegingen met de rug als een rups die voortkruipt.

Niest achter je wijf als ze je bedriegt! brulde hij nog.

Ik was verstomd. Wat? ik ook 'n hoorndrager? Ik kon het niet geloven. Ik wist er natuurlik niets van en kon 't me niet verbeelden. Hoe had ik dat ook gekund? Ik had al werk genoeg met m'n geburen, met hun doen en laten zonder dat ik me nog met m'n eigen zaken bezig hield! Bovendien, het kon niet waar zijn. Ik sprak er mijn gebuur Vogelpiek over die juist aan z'n deur stond. Doch Piekvogel had een luistervink van een wijf die stadig aan alle deuren stond. Ja, dit had ze ook weer gehoord en 't werd nu 'n algemene herrie, de hele straat stond op sprieten. Ik

Sluiten